Contrast kleurt het leven

Ik ben iemand die altijd goed probeert te doen (zoals hopelijk velen met mij). Ik bewaar ook liever de vrede, dan dat ik stampij ga lopen maken. In sommige gevallen is het echter bijna onmogelijk om dat te bewerkstelligen. Ik was een grote schoonmaak begonnen in de woonkamer. Er hing een vestje aan de kapstok, al sinds ik er woon. Ik vroeg op Whatsapp of hij van iemand was. Ondertussen deed ik hem in een vuilniszak en keek ik later wel even op Whatsapp of hij daar nog uit moest komen. Kon me in ieder geval niet voorstellen dat iemand hem super erg miste aangezien hij er al minstens anderhalf jaar ging, maar goed ik denk ik vraag het toch even. Een tijdje later, wanneer ik en een van m’n roomies wat verder aan het opruimen zijn, merk ik dat hij de vuilniszak heeft weggegooid. Misverstand, maar onomkeerbaar.

Je raadt het al: even later blijkt iemand toch om het vestje te geven. Zuur, maar niets meer aan te doen. Wat volgt is een van de dodelijkste blikken van m’n andere huisgenoot in de geschiedenis van dodelijk blikken. Zij had contact met degene die het vestje terug wilde hebben en volgens haar zal zij nu alle schuld moeten dragen. Ik snap haar frustratie, maar ik heb m’n best gedaan en ik kan nu ook niets meer aan de situatie veranderen. Ik bied aan dat ze hem mijn nummer geeft, zodat ik hem kan uitleggen wat er is gebeurd en ik de schuld op me kan nemen. Het mag niet baten. De hoeveelheid negatieve energie die ik over me heen krijg, vind ik echter buiten proportie. Komt dat doordat ik in een kutsituatie zit, waarin m’n vader in de laatste fase is beland? Of heeft zij issues? Ik denk dat het een combinatie van beide is.

Ik kan het er in ieder geval niet bij hebben. Ik wil me er niet druk om maken. Ik rij richting de duinen om een rondje hard te lopen. Na vijf minuten omringt te zijn door natuur voel ik me al beter. M’n stresslevels dalen weer. Er zijn nog veel dingen die ik tegen haar wil zeggen, want ik weet wat er de komende weken gaat gebeuren. De negeer game. Ik ga er niet aan mee doen. Ik ga niet mee in de negativiteit. Ik voel dat er een glimlach op m’n gezicht verschijnt bij de gedachte. Positiviteit en liefde. Die zal ik blijven geven. Ook al krijg ik ze niet terug. Ik krijg ze wel van iemand anders.

Een paar dagen later zit ik in de auto en ik begin in m’n hoofd te dichten. Er komen steeds twee zinnen in me op die contrasteren. Twee uitersten. Negatieve en positieve associaties. Het is oke. Zonder de negativiteit, geen positiviteit.

Zonder verdriet geen geluk

Zonder bar geen kruk

Zonder geloof geen hoop

Zonder GTST geen soap

Zonder lijden geen verlichting

Zonder goodwill geen stichting

Zonder dood geen leven

Zonder krijgen niet geven