Count your blessings

Sinds kort werk ik in Amsterdam voor een software bedrijfje. Er kwam een advertentie langs op m’n Instagram voor een functie als content marketeer, 16 uur in de week, bij 7lab. Leek me perfect. Ik wilde wel wat kantoor ervaring opdoen, maar niet fulltime. Fulltime op een kantoor is niet goed voor een mens, daar ben ik heilig van overtuigd, en dat heeft ieder onderzoek volgens mij ook wel aangetoond. Ik heb veel hobbies en die maken mij gelukkig. Meer geld, maar minder tijd voor die hobbies is voor dus geen logische zet. Als ik mijn kosten kan dekken en een beetje kan sparen, werk ik genoeg.

Nou merkte ik dat ik na een maand werken wel iets te kort kwam om te kunnen sparen. Mijn oplossing was dus om wat meer te gaan werken bij de boulderhal, waar ik ook een baantje heb. Ik werk daar 1 avond in de week en wilde daar dus 2 avonden in de week gaan werken. Toen ik vandaag op kantoor kwam, loste het euvel zich echter vanzelf op. M’n leidinggevende vroeg namelijk of ik 24 uur in de week wil komen werken.

Met de gedachte van het sparen voor toekomstige avonturen in m’n hoofd verliep de dag verder voorspoedig. Zelfs de grauwe industrie gebieden die ik passeer onderweg naar station Sloterdijk doen me niet zoveel. Ik fiets onder een tunneltje door, waar het altijd guur is, en waar ook bijna altijd een man ligt. Iedere dag knaagt het een beetje meer aan me, dat hij daar ligt, en dat ik daar niets aan doe. Wat kan ik er aan doen? Iets warms voor hem halen lijkt me stap 1.

Ik fiets het tunneltje in en de man ligt waar hij vanmorgen ook nog lag. Ik stop naast hem met m’n fiets en vraag hem of ik wat thee of koffie voor hem kan halen. Een beetje verbaasd krabbelt hij overeind en mompelt iets onverstaanbaars. Ik realiseer me dat ik helemaal niet weet in wat voor staat hij verkeerd. Misschien is hij wel onder invloed van drugs. Die gedachte vervaagt eigenlijk meteen weer als ik hem recht in z’n ogen aankijk. Hij spreekt geen Nederlands dus ik vraag het in het Engels. In eerste instantie wil hij niets hebben, maar uiteindelijk vraagt hij of ik ‘‘tobacco’’ voor hem kan halen. Dat is dus niet m’n bedoeling. Ik ga iets meer verdienen volgende maand en ik wil daarom ook best iets doen voor minderbedeelden, maar ik wil zijn zelfvernietigende verslaving niet in stand houden. Een kop warme koffie kan hij krijgen (cafeïne lijkt me net iets minder dodelijk). Na wat morren wil hij die toch ook wel graag hebben. Ik fiets naar de benzine pomp en haal koffie en een bakje druiven voor hem, die hij dankbaar aanneemt.

Eenmaal weer op de fiets denk ik na over het verhaaltje dat ik over deze ervaring ga schrijven, zoals ik vaker over m’n belevenissen schrijf. Ik stel mezelf de vraag: schrijf ik dat verhaaltje dan zodat mensen mij als een goed mens gaan zien? Doe ik dit omdat ik mezelf dan een nobel persoon vind en hoop ik dat anderen mij dan ook nobel vinden?

Goeie vraag Tomas, maar nee. Dat is niet waarom ik dit doe en schrijf. Ik wil de wereld een stukje mooier maken, niet mezelf. En ik hoop dat wie dit leest ook af en toe iets doet voor een betere wereld en niet voor zichzelf. Tel je zegeningen. Wees lief.