De langste reis

Zodra ik de hand vastpak van Benjamin links van me en David rechts van me krijg ik een brok in m’n keel. De cirkel sluit zich. De paddle-out: het mooiste ritueel binnen het surfen.

De surf-community is hecht en echt. Deze mensen zijn er altijd voor me geweest, in goede- en in slechte tijden. Toen mijn vader ziek werd (voor de 2e keer), bleef surfen mij verlichting geven. Even richting zee voor een surfsessie, en ik had weer wat energie om te geven en kon het lijden weer wat beter aan.

Toen mijn vader’s gezondheid verder en verder achteruit ging, wist ik dat er spoedig een dag zou komen waarop ik een paddle-out voor hem zou houden. Eentje waarbij ik wat as in zee verstrooien zou, zodat hij altijd daar is, wanneer ik hem nodig heb.

Die dag is aangebroken. Samen met dertig vrienden en vriendinnen peddelen we de zee op. Het geluid van de lichte branding maakt plaats voor stilte. We vormen een cirkel en slaan de handen ineen. De wind valt weg. Boven ons trekt het wolkendek langzaam open. De zon staat laag boven de horizon op deze lange dag in juni. Af en toe worden we opgetild door de kalme deining. Een minuut van stilte. Een traan.

Bloemen vullen het midden van onze kring. Ik peddel er naartoe en open de pot met as. Ik laat je gaan pap. Vanaf nu voor altijd bij mij op zee. Totdat ik heen ga, dan dein ik met je mee. 

Terug op het strand word ik overvallen door emoties. Ik zie mezelf, als klein mannetje voetballen met m’n pa, achter hem aanlopen door musea waar ik als tiener op dat moment echt niet wil zijn, met hem dwalen over de zwarte stranden van IJsland, waar toen nog geen hordes toeristen waren, steeds minder tijd met hem doorbrengen naarmate ik ouder word en de wereld aan het verkennen ben. En tot slot zie ik mezelf zitten aan de rand van z’n bed. Jezus, wat vliegt de tijd toch voorbij. Alles uit het leven halen. Bescheiden blijven. Tevreden zijn. Ik neem je lessen mee.