Hier ben je veilig

Ik knik vriendelijk als er een man naast me komt zitten in het vliegtuig. Ik heb een koptelefoon op, dat vind ik altijd wel fijn tijdens het vliegen. Even in m’n eigen wereld, weg van de vele prikkels. Een koptelefoon straalt vaak uit: “ik wil niet gestoord worden”.

Ik kijk dan ook wat verbaasd op als de man me op m’n schouder tikt. Ik zet de koptelefoon af. “Are you from Sweden?”

No, I’m from here”, antwoord ik. “And you?”

”Ja, ik ben ook Nederlands”

Mijn drang naar de koptelefoon en afsluiting voor de buitenwereld vloeit langzaam weg. Deze man wil een gesprek aan gaan. Ik irriteer me maar al te vaak aan het zombie-gedrag in de trein als ik onderweg ben naar m’n werk. Iedereen op de telefoon, niemand die de interactie opzoekt. En hier is iemand die mij de spiegel voorhoud. Natuurlijk ga ik een gesprek aan met deze man.

Hamid is 54 jaar oud en komt oorspronkelijk uit Iran. Hij woont al meer dan 25 jaar in Nederland. Gevlucht voor de oorlog. Voorzichtig vraag ik verder en graaf ik in zijn verleden. Hij glimlacht voortdurend, en dat terwijl hij veel ellende heeft meegemaakt stel ik me zo voor. Hij is zo dankbaar voor z’n leven in Nederland. Hij voelt zich veilig, een woord dat hij vaker noemt als hij over Nederland praat. Ik vraag naar zijn beroep. Hij zit bij de marine en woont daarom ook in Den Helder. In Iran was hij Chinook piloot, vertelt hij. Ik weet dat een Chinook een helikopter is met twee rotorbladen. Ze kunnen groot materieel vervoeren, of troepen. Ik probeer me Hamid in te beelden, vliegend door oorlogsgebied. Het lukt me niet, daar is hij te vriendelijk voor. Of is dat juist hoe het werkt, word je liefdevol als je de vreselijkste dingen hebt gezien? Heeft hij wel vreselijke dingen gezien?

Ik vraag door.

Zijn antwoord is pijnlijk, shokkerend en verdrietig. Toch ga ik het met je delen. Ik hoop dat je het leven er meer door gaat waarderen. Dat je Nederland meer gaat waarderen. Je veiligheid. Je luxe. Je familie.

Op een dag ziet Hamid hoe 600 jongens een mijnenveld in worden gestuurd. In de naam van God. Om de mijnen “op te ruimen” als het ware. Even later mag Hamid met zijn Chinook de afgerukte lichaamsdelen en overblijfselen afvoeren. Uren later druipt het bloed nog uit zijn helikopter.

Ik laat een traan. Hamid, jij pracht mens. Zo veel wreedheden gezien en zo open en vriendelijk. Ook blijkt hij zijn vrouw een tijd geleden te zijn verloren aan kanker. “Ze was zo goed voor mij. Ik mis haar elke dag”. Met trots praat hij over zijn zoon die zijn studie rechten bijna heeft afgerond.

Hamid heeft drie broers die in Zweden wonen, die hij nu gaat opzoeken. Hij heeft nog twee broers in Nederland. Daarnaast heeft hij nog een zus in Amerika, waar ook zijn 92-jarige vader woont. Zijn moeder overleed al jong, toen ze midvijftig was. Zijn vader kon het verdragen, omdat God het zo bepaald had. Die gedachte moet toch fijn zijn, een god die alles bepaald. Ik vertel hem dat mijn vader recent is overleden. Hij legt een hand op mijn schouder en kijkt me meelevend aan.

Weer een traan. Wat hebben we het goed in Nederland. Wat leert Hamid me veel. Hij is liefdevol gebleven ondanks alle haat en ellende die hij heeft meegemaakt.

We praten de hele vlucht lang. Voor ik het door heb landen we in Gothenburg. “En wat ga jij hier doen?”, vraagt Hamid. “Ik ben hier voor de liefde”, antwoord ik glimlachend.

public.jpeg